U bevindt zich hier:  Over ons - Geloof - De 10 geboden

De 10 geboden

Moses mit den Gesetzestafeln (Rembrandt 1659)
Rembrandt, Mose mit den Gesetzestafeln -1659 © Staatliche Museen Preußischer Kulturbesitz

De tien geboden behoren tot de in totaal 613 afzonderlijke voorschriften van de wetboeken van Mozes. Ze nemen binnen de wetboeken een bijzondere positie in, wat door twee feiten duidelijk wordt: Alleen deze geboden verkondigde God bij de berg Sinai hoorbaar aan het gehele volk van Israel en alleen deze woorden werden door God zelf in de stenen wetboeken gehouwen.

De 10 geboden spreken steeds de individuele mens aan: er wordt niet gezegd „Jullie zullen of men zal…“, maar „Gij zult….“. Van ieder mens afzonderlijk wordt dus verlangd, zijn persoonlijk gedrag en zijn leven te richten op Gods geboden.

(tekst aan de Statenvertaling ontleend, opm. vertaler)

Het 1e gebod:

Ik ben de HEERE uw God• Gij zult geen andere goden naast mij hebben.

Wat betekent dat?
Wij moeten God boven alle andere dingen/mensen vrezen, liefhebben en vertrouwen.

Het 2e gebod:

Gij zult den naam des HEEREN uws Gods niet ijdellijk gebruiken; want de HEERE zal niet onschuldig houden, die Zijn naam ijdellijk gebruikt.

Wat betekent dat?

Wij moeten God vrezen en liefhebben, zodat wij bij het gebruik van zijn naam niet vloeken, zweren, liegen of bedriegen, maar God in onze nood aanroepen, tot hem bidden, hem loven en danken.

Het 3e gebod:

Gedenkt den sabbatdag, dat gij dien heiligt. De zevende dag is de sabbat des HEEREN uws Gods; dan zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw vee, noch uw vreemdeling, die in uw poorten is

Wat betekent dat?

Wij moeten God vrezen en liefhebben, zodat wij zijn woord niet verachten, maar heilig houden, graag horen en leren om de zondag (zaterdag) niet met nutteloze of schadelijke dingen vullen, maar leven als een door God geschenkte dag van genade en zegen.

Het 4e gebod:

Eert uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land, dat u de HEERE uw God geeft.

Wat betekent dat?

Wij moeten God vrezen en liefhebben, zodat wij onze ouders en heren niet verachten of verergeren, maar in eer houden, hen dienen, gehoorzamen, liefhebben en in waarde schatten.

Het 5e gebod:

Gij zult niet doodslaan.

Wat betekent dat?

Wij moeten God vrezen en liefhebben, zodat wij onze medemensen geen schade of leed toevoegen, maar hen helpen en ondersteunen in alle nood.

Het 6e gebod:

Gij zult niet echtbreken

Wat betekent dat?

Wij moeten God vrezen en liefhebben, zodat wij kuis leven in woorden en werk en onze echtgenoot liefhebben en eren.

Het 7e gebod:

Gij zult niet stelen

Wat betekent dat?

Wij moeten God vrezen en liefhebben, zodat wij niemands geld of goed wegnemen, noch met valse waar of door bedrog ons toeëigenen, maar andermans goed bevorderen en beschermen.

Het 8e gebod:

Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste

Wat betekent dat?

Wij moeten God vrezen en liefhebben, zodat wij niemand beliegen, verraden of slecht over hem spreken, maar hem vergeven, goed over hem spreken en alles.

Het 9e gebod:.

Gij zult niet begeren uws naasten huis

Wat betekent dat?

Wij moeten God vrezen en liefhebben, zodat wij met list naar het bezit van zijn huis en erf streven en het met een schijn van recht in ons bezit brengen, maar wij willen hem helpen om het te behouden en goed te verzorgen.

Het 10e gebod:.

Gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn os, noch zijn ezel, noch iets, dat uws naasten is.

Wat betekent dat?

Wij moeten God vrezen en liefhebben, zodat wij onze medemens niet zijn echtgenoot, helpers of vee afnemen… “ (Mattheus 22, uit 37 – 40).