U bevindt zich hier:  Over ons - Geloof - Basis van het geloof

De basis van het geloof

In het algemene taalgebruik is geloof een gevoelsmatige, niet door bewijzen of feiten gefundeerde zekerheid. Dat geldt analoog ook voor het christelijk geloof. Basis van het christelijk geloof is de Bijbel. Gekenmerkt is het geloof door de vertrouwensvolle toewending van de mens tot de drie-enige God, om de genade en de eeuwige zaligheid te ontvangen.

Door het geloof kan de mens de weg naar God vinden. Aan het begin van deze weg staat altijd God, die zich in woorden en werken openbaart. Door deze openbaring kan de mens de erkentenis winnen, dat God bestaat.

Door het geloof in Jezus Christus en het door hem gebrachte offer is het mogelijk om met God te worden verzoend en in zijn komend rijk tot het eeuwige leven in directe gemeenschap met God te komen.

In Jezus Christus geloven betekent, in zijn woord en zijn leer, het Evangelie, te geloven. Nieuw-Apostolische Christenen geloven in de getuigenis van de Heilige Schrift, waarbij de daden en de woorden van Gods zoon een bijzondere betekenis hebben. Bij het geloof in Jezus Christus behoort onlosmakelijk, hen in het geloof aan te nemen, die hij gezonden heeft: de Apostelen en de ambtsdragers van de kerk in zijn opdracht. Wij schenken het door hen verkondigde en uit de Heilige Geest voortkomende woord geloof. (zin loopt niet wat moet het zijn)

De inhoud van het Nieuw-Apostolische geloof bestaat uit de geloofsbekentenis, de tien geloofsartikelen. Deze hebben in hun kern hun oorsprong in de wezenlijke woorden van Jezus Christus en de oerchristelijke apostelen. De eerste drie geloofsartikelen hebben overeenkomstig de oud-christelijke bekentenissen betrekking op het geloof aan
 God, de Vader, de almachtige schepper van hemel en aarde;
 Jezus Christus, Gods einige zoon, onze Heer;
 de Heilige Geest, een heilige, Apostolische Kerk, de gemeente der Heiligen, vergeving van de zonden, wederopstand der doden en een eeuwig leven.
Het vierde en vijfde geloofsartikel hebben als inhoud, dat de Here Jezus zijn kerk door levende apostelen leidt tot aan zijn wederkomst. Bovendien wordt de zendingsopdracht genoemd, die Jezus Christus zijn apostelen gegeven heeft.

De geloofsartikelen zes tot acht gaan over de drie sacramenten, de Heilige Waterdoop, het Heilige Avondmaal en de Heilige Verzegeling. Het negende geloofsartikel betreft de wederkomst van Christus en de daarmee verbonden verandering en de opname van de gelovigen door God, de oprichting van het Duizendjarige vredesrijk en het laatste gerecht na voltooiing van het vredesrijk. In het tiende geloofsartikel is de instelling van de Nieuw-Apostolische Kerk tegenover de bestaande rechtsordeningen geformuleerd. Nieuw-Apostolische Christenen zijn tegenover de wereldse overheid tot gehoorzaamheid verplicht, voor zover deze niet in tegenspraak staan tot de Goddelijke wetten.